Ambtelijke willekeur, verspilling of vriendjespolitiek. Het dient met kracht bestreden, dat snappen we allemaal. Dus ook de overheid. Sterker, die snapt dat iets te goed, getuige het gestaag uitdijende aanbestedingsmonster. In de heroïsche strijd tegen corruptie hakt het rijk elk spoor van individuele ambtelijke afweging rigoureus uit zijn procedures. Stel je voor dat iemand binnen het eigen apparaat een eigen oordeel zou vellen. Het idee.

En zo zien we dat elke tender of aanbesteding inmiddels van voor tot achter is dichtgemetseld tot een onverteerbare blok ambtelijk beton. Inderdaad, c’est le beton qui fait la musique. Geen lol aan te beleven. Niet voor de communicatieprofessional in overheidsdienst, en evenmin voor de inschrijver die na drie volle werkweken via een standaardmail wordt bedankt omdat een vinkje in het verkeerde vakje viel.

En de winnaar? Die leest dat hij één van de drie winnaars is die de komende drie jaar mag meedoen aan een veelheid  aan minipitches van diezelfde overheidsdienst. Kapitaalvernietiging zeg je? Sadisme? Nee hoor, transparantie heet dat.