Drie weken geleden lag ik op een Grieks strand met het boekje ‘Waarom vuilnismannen meer verdienen dan bankiers’. (Niet direct lichte vakantiekost, maar een hele opluchting na 248 pagina’s over de Franse Revolutie en een roman over een disfunctionele familie.) Het is een essay waarin Jesse Frederik en Rutger Bregman uiteenzetten hoe het zit met werk en inkomen en waarom er niet altijd een verdedigbaar verband tussen die twee bestaat. Bregman en Frederik gebruiken in hun boek het begrip ‘bullshitjob’, een term die is gemunt door David Graeber in Strike! Magazine.

Als communicatieadviseur blijk ik zo’n bullshitbaan te hebben: werk waarmee je niets toevoegt aan de maatschappij, maar alleen geld rondpompt, en waarvoor je dus onterecht een salaris krijgt. Aldus Jess en Rutger. Dat was niet leuk om te horen. Maar misschien hebben ze een punt: er is een hoop bullshitcommunicatie die geen enkel maatschappelijk doel dient. Reclame voor kauwgum. Folders die ondoorzichtige financiële producten aan de man brengen. Wezenloze content die eindeloos wordt rondgepompt via alle beschikbare kanalen. En al die bullshitcommunicatie wordt bedacht door bullshitconsultants. Fair enough.

Maar toen dacht ik aan de brochure die waarschuwt tegen kindersekstoerisme. Aan het e-magazine dat onderwijs en bedrijfsleven op ideeën voor samenwerking brengt. Aan de nieuwsbrief die ambtenaren voorlicht over malafide asbestsaneerders. En aan de rapportage over de economische en milieugevolgen van de Tweede Maasvlakte. Allemaal door Scripta gemaakt, geschreven, geredigeerd of opgemaakt. Bullshitcommunicatie door mensen in bullshitjobs? Nee Jesse en Rutger, niet mee eens.