Dat West-Europa in rap tempo aan het vergrijzen is, hoeven we niemand meer te vertellen. En dat jong en strak synoniem is voor goed en gewenst, is sinds de uitvinding van Coca Cola ook oud nieuws. Daar hebben we dan meteen een groot gapend gat.

De groep 50-plussers groeit en groeit en zal pas langzaam afnemen nadat de generaties vanaf 1972 die zo gevreesde leeftijd bereiken (in 1972 kwam de pil in het ziekenfondspakket). Toch blijven marketeers hardnekkig hun pijlen richten op alles wat zich onder de 40 bevindt. Jonge mensen zijn snel, strak en slim, daar wil je mee gezien worden. Want zal die sprankelende jeugdigheid dan ook niet op jouw merk afstralen?

Dat vind ik op z’n minst opmerkelijk. En als ik het artikel Stugge marketeers negeren 50-plussers lees, ben ik niet de enige. Die 50-plussers nemen niet alleen flink in aantal toe, ze hebben ook nog eens aardig wat geld te besteden. Veel van hen hebben nog onder gunstige omstandigheden een huis kunnen kopen, hebben vaste banen en dus centjes. Ze zijn vitaal en willen leuke dingen doen. En zijn doorgaans merkentrouw: heb je ze eenmaal binnen, dan kun je erop rekenen dat ze voorlopig even blijven. Een groep die je wel aan je moet wíllen binden. Zou je denken.

Daar hebben we meteen het volgende knelpunt: veel bedrijven geven de voorkeur aan jonge en frisse marketeers. Die kunnen scrummen en snapchatten. Maar kunnen zij zich ook verdiepen in een doelgroep van vijftigers? Wat weet de gemiddelde twintiger van hypotheken, pensioenvoorzieningen, hangende oogleden, het legenestsyndroom, hartritmestoornissen en mantelzorg voor hoogbejaarde ouders? Misschien is het zo gek nog niet om ook een paar oude rotten aan boord te hebben.

Ergens las ik dat 50 het nieuwe 30 wordt. Ik zou zeggen: wake up! Omarm die 50-plusser en daarmee de door de wol geverfde marketeer. Wie durft?